Ik ben een luie tuinier. Zoveel mogelijk, laat ik de natuur haar gang gaan. Alleen als de functionele zaken niet meer werken, grijp ik in.

1. Schoffel nooit!

Veel mensen vragen mij om een groene tuin die niet al te veel onderhoud kost. En onderhoud = onkruid wieden of schoffelen. Goed nieuws! Sterker nog, als je wel schoffelt, komen aangewaaide zaden letterlijk in een gespreid bedje. Veel makkelijker zullen ze ontkiemen in de losse aarde. Dus als je geen ongewenste aanwaaiplantjes wilt, dan juist niet schoffelen. Ik hoor sommige mensen denken: “Maar er moet toch zwarte aarde te zien zijn tussen de planten, dat is wel zo netjes”. Wat mij betreft zeker niet. Er zijn meerdere oplossingen: plant goede bodembedekkers. Die zorgen dat ongewenste zaden niet in de border kunnen waaien. En schoffel niet, zeker niet tussen net aangeplante plantjes. Want meestal schoffel je dan de kleine nieuwe wortels weg, waardoor de planten minder goed groeien en het langer duurt voordat alles netjes bedekt is. Zie je toch ongewenste plantjes, trek ze er dan uit met de hand. Maar laat je verassen: kijk eens wat er uitkomt. Zo zag ik zelf ineens een leuke gele papaver verschijnen!

Lees ook: vijf tips voor je nieuwe tuinwens

2. Alles voor een gezond bodemleven

De meeste mensen willen in het voorjaar zo snel mogelijk de borders ‘netjes’ maken. Niet nodig! Knip alleen de dode/lelijke delen van alle vaste planten, grassen. Maak het allemaal klein en strooi het weer als mulchlaag bij de planten. Fijn maken kan ook goed met de grasmaaier. Zelf vind ik dat te veel werk, dus schuif ik de grote stukken gewoon onder de hagen of grotere heesters. Bladeren laat ik gewoon liggen, die verdwijnen snel onder de opkomende planten. De bodemdiertjes nemen het mee in de grond. Dat zorgt voor lucht en voedsel voor de planten. Ook vogels en egels houden ervan, ze hebben betere verstopplekken en materiaal voor hun nesten. En dan is de cirkel rond en blijft een gezonde bodem de basis voor een mooie groene tuin en gezonde leefomgeving.

Heb je een nieuw gebouwde woning met tuin?  Onderzoek dan goed de bodemsoort om te weten welke planten je erin kunt zetten. Kijk wat er al groeit in de omgeving, aan de beplanting kun je meestal al afleiden wat voor type bodem er is. Houdt er ook rekening mee dat in nieuwbouwtuinen een laag bouwgrond (puin en zand) ligt. Geen worm die daar wil wonen! 

3. Geen gif!

Slakken, luizen of andere beestjes zie je regelmatig in de tuin. En als hun natuurlijke vijand er ook is, dan blijft alles mooi in evenwicht. Egels en vogels lusten al heel wat van deze plaagdiertjes. Zorg dus dat ze graag in de tuin komen. Egels vinden hun plekje onder struiken met hopen blad en wandelen graag van de ene naar de andere tuin onder de heggen door. Vogels houden van struiken waar ze zich in kunnen verstoppen of hun nestjes bouwen. En het lijkt logisch, maar plant de juiste plant op de juiste plek. Want als een plant het niet naar z’n zin heeft, dan wordt hij zwakker en dus gevoeliger voor plagen. Gebruik geen gif, ook geen azijn! Het is dodelijk voor al het leven in de tuin en uiteindelijk ook ongezond voor ons mensen. Let ook goed op waar je planten koopt. Er zijn helaas nog veel plekken waar planten met een groot bord ‘Bijenmagneet’ worden verkocht die dat absoluut niet zijn! Lees hier waar je wél gifvrij kunt kopen.